Pensioenakkoord: Stavaza, juli 2020

Het pensioenakkoord – stand van zaken

Pensioenakkoord goedgekeurd

Gedurende de afgelopen jaren werd meer en meer duidelijk dat het rekensysteem dat bij pensioenfondsen gehanteerd wordt, niet meer voldoet aan de maatschappelijke wensen. Pensioenen worden bijvoorbeeld niet meer geïndexeerd en soms zelfs gekort. Het oplopen van de AOW- en pensioenleeftijd wordt steeds minder geaccepteerd.

Het kabinet bepaalt de uitgangspunten van de AOW. Wijzigingen in het pensioensysteem zijn een zaak van werkgevers en werknemers. De overheid is verantwoordelijk voor de fiscale en juridische aspecten. Om draagvlak te krijgen voor een nieuw pensioensysteem zullen het kabinet, de werkgevers en werknemers het eens moeten worden. Hiertoe is in 2019 een pensioenakkoord gesloten. De details van dit akkoord zijn op 12 juni 2020 bekend geworden. De onderhandelaars van kabinet, werkgevers en (de achterban van) de vakbonden hebben hiermee ingestemd.

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) heeft de uitgangspunten van het pensioenakkoord naar de Tweede Kamer gestuurd. De wetgeving zal in 2020 en 2021 worden vormgegeven.

De uitgangspunten van het pensioenakkoord zullen ook effect hebben op pensioenregelingen in de vrije sector. Hieronder gaan wij specifiek in op wat nu bekend is voor deze groep pensioenregelingen.

Pensioenakkoord en pensioenregelingen in de vrije sector

In de nieuwe regeling is niet langer de pensioenuitkering het uitgangspunt, maar de beschikbare pensioenpremie. De beschikbare premie is voor alle leeftijden gelijk. De pensioenopbouw wordt daardoor per leeftijd ongelijk. De maximale pensioenpremie wordt nog definitief vastgesteld.

Een werkgever voor wie geen verplichting tot aansluiten bij een pensioenfonds geldt, heeft de pensioenregeling meestal ondergebracht bij een verzekeraar of een PPI (PremiePensioen Instelling; sinds 2011 gecreëerd als nieuw type pensioenuitvoerder). Het betreft vrijwel altijd een pensioenregeling waarbij een premie beschikbaar wordt gesteld voor opbouw van pensioen: de premieovereenkomst. Dit is ook de vorm van de nieuwe pensioenregelingen volgens het pensioenakkoord.

Werkgevers in de vrije sector hebben meestal een pensioenregeling waarbij het premiepercentage oploopt met de leeftijd, de premiestaffel. In het pensioenakkoord is toegezegd dat een premieovereenkomst alleen nog wordt toegestaan met een gelijk premiepercentage voor alle leeftijden.

Pensioenakkoord en premieovereenkomst: compensatie en/of overgangsregeling

De overstap – transitie in de termen van het pensioenakkoord – van een premieovereenkomst met een premiestaffel naar een gelijk premiepercentage, zal leiden tot compensatieverzoeken van bestaande deelnemers. In het nieuwe pensioensysteem zal het premiepercentage vooral bij oudere deelnemers dalen. Een kostenneutrale compensatie door de werkgever leidt tot fors hogere premies en/of lagere pensioenresultaten. Of die compensatie binnen de fiscale grenzen valt, is nog niet zeker.

Er kan ook gekozen worden voor het behoud van de huidige regeling met een premiestaffel en een nieuwe regeling op basis van een gelijk premiepercentage voor nieuwe medewerkers. Het pensioenakkoord biedt die mogelijkheid.

Voordeel van de overgangsregeling is dat er geen compensatie hoeft plaats te vinden voor de huidige deelnemers. Nadeel is dat de werkgever met twee regelingen te maken krijgt. Ook is de verwachting dat oudere medewerkers, met een hoger premiepercentage in de huidige regeling, niet snel zullen overstappen naar een nieuwe werkgever met een minder aantrekkelijke pensioenregeling.

Pensioenakkoord en andere wijzigingen

  1. In het pensioenakkoord is afgesproken dat de AOW-leeftijd minder snel stijgt. In 2024 is deze 67 jaar en dat blijft ook zo in 2025.
  2. Het partnerpensioen zal in alle pensioenregelingen gelijk worden verzekerd. De nabestaandenuitkering wordt 50% van het salaris.
  3. Met het pensioenakkoord is het weer fiscaal toegestaan om oudere medewerkers een vertrekregeling aan te bieden. Zij mogen eerder stoppen met werken en pensioen ontvangen zonder dat de werkgever hiervoor een boete krijgt.  De voorwaarden zijn dat de pensioenuitkering maximaal 3 jaar voor de AOW-leeftijd in mag gaan. De uitkering bedraagt maximaal € 21.200 per jaar.
  4. Werknemers mogen na ingang van het nieuwe pensioenstelsel op de pensioendatum 10% van de waarde van hun pensioen opnemen. Waar zij dat kapitaal voor gebruiken staat hen vrij.

Pensioenakkoord: planning en acties

Vanaf 1 januari 2022 zouden ondernemingen kunnen overstappen naar het nieuwe pensioensysteem. Uiterlijk op 1 januari 2026 moet die overstap gemaakt zijn.

Als een werkgever een nieuwe pensioenregeling afsluit, kan met de huidige medewerkers een compensatie worden afgesproken. Deze compensatieperiode eindigt op 1 januari 2036. Een werkgever kan ook kiezen voor behoud van de bestaande regeling voor de huidige medewerkers en het opstarten van een nieuwe pensioenregeling voor nieuwe medewerkers. Voor zover nu bekend geldt geen einddatum voor de bestaande regeling.

Het nieuwe pensioenstelsel vraagt actieve betrokkenheid van werkgevers en werknemers (Ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging). Met de nieuwe pensioenregeling en/of de compensatieregeling zal/zullen de OR en de medewerkers moeten instemmen. Alle medewerkers zullen een persoonlijk overzicht moeten ontvangen dat inzicht geef in het pensioen vóór en ná de overstap.

Wij zijn u natuurlijk graag van dienst bij deze overstap. Zodra er meer bekend is, informeren wij u nader.

THP

Update 6 juli 2020