09-06-2011: Pensioenakkoord: onze opinie

Op 4 juni 2011 is een historisch pensioenakkoord gesloten tussen werkgevers en werknemers.

Hierbij de onverkorte versie van het akkoord: Pensioenakkoord 4-6-2011

Wij hebben een aantal op- en aanmerkingen bij dit akkoord. De belangrijkste treft u hieronder aan:

1. De te hanteren discontovoet
Men heeft het voornemen om de discontovoet (de rekenrente waarmee de verplichtingen contant worden gemaakt) te laten stijgen. De discontovoet zou mogen meestijgen met de gemiddelde rendementsverwachting. Eerst een kleine achtergrond: Tot op heden wordt de marktrente als discontovoet gehanteerd. In een verder verleden hanteerden de pensioenfondsen een voet van 4%. Verzekeraars hanteren al lange tijd een 3%. Hoe lager de rekenrente, hoe veiliger de dekkingsgraad, maar ook: des te meer er in kas moet zijn.
In onze opinie was de keuze voor het hanteren van de marktrente al geen gelukkige. De fluctuaties in de dekkingsgraden spreken boekdelen. Een keuze die gelijk is aan verwachte beleggingsrendementen vinden we ook niet gelukkig. Er is een grote kans dat men zich rijk zal rekenen. In overweging zouden we willen geven om een rente te kiezen die toebehoort bij de gemiddelde resterende beleggingsduur van de pensioengelden (grofweg: duration). De fondsen krijgen dan een objectieve rekenrente voorgeschreven die past bij de specifieke demografische kenmerken van de betreffende groep verzekerden.

2. Financiering van levensverwachting
In het akkoord is afgesproken dat men de hogere levensverwachtingen niet gaat doorvertalen in premieverhogingen. Als argument wordt gegeven dat de premies al zo hoog zijn en dat een verdere verhoging toch geen invloed zou hebben op het totaal. Tevens stelt men dat de pensioendatum toch zal worden opgehoogd. In onze opinie kan dit wel zo zijn, maar is het geen teken van goed koopmansschap. Als men weet dat we met zijn allen langer zullen leven, is het verstandig om dat wel in te calculeren. Het feit dat de premies zo hoog zijn, heeft ook andere oorzaken.

3. Tienjarig aanpassingsmechanisme
In het akkoord is overeengekomen dat zowel tekorten als overschotten in een periode van maximaal 10 jaar worden verwerkt door de pensioenrechten en de ingegane pensioenen aan te passen. Met name wordt er aandacht besteed aan de verdeling van eventuele overschotten, welke naar verwachting als eerste worden gerealiseerd (zie punt 1). Dit lijkt ons geen gezonde situatie. De jongeren in een fonds zorgen voor de langste beleggingshorizon. Om die reden zou er risicovoller belegd mogen worden en dientengevolge met een hogere discontovoet worden gerekend. Maar de ouderen, welke het pensioen genieten, mogen het gecreerde dekkingsoverschot in 10 jaar opsouperen. Afgezien van het feit dat er onvoldoende aandacht wordt besteedt aan de verdeling van eventuele tekorten, is een spreidingstermijn van 10 jaar, met name bij voordelen, defacto wel verstandig en kunnen wij ons vinden in dit uitgangspunt.

4. Behoud verplichtstelling
Deelname aan beroeps- en bedrijfstakpensioenfondsen is algemeen verplicht bij ministriele toekenning. Deelnemers hebben geen keuze. Dat is ook het uitgangspunt van dit akkoord. Wij vinden dit een verouderd systeem dat als zodanig aangepast dient te worden. De gedwongen winkelnering is niet goed voor de deelnemers en ook niet goed voor de marktwerking. De fondsen zijn op kapitaalbasis gefinancierd, invoering van een flexibel deelnamesysteem zou mogelijk moeten zijn. In het pensioenakkoord is met de roep om deze flexibilisering totaal geen rekening gehouden.

5. Nieuw systeem zal betere (?) uitkomsten genereren dan huidige systeem
In de bijlage van het akkoord wordt gesteld dat dit met grote zekerheid in de eerste 10 jaar na invoering het geval zal zijn. Wij verwachten dat dit correct zal zijn. Gezien punt 1 en 2 kan het bijna niet anders. De vraag is wat er daarna gaat gebeuren. Wij waarschuwen voor potverteren en voorzien grote risico’s voor leeftijdsgroepen die de leeftijd van 50 nog niet hebben bereikt.